9.14.2012


LOTTE’S BLIKVANGER #12  



                                                                                                 
Week 37                                                                    
Zaterdag 8  september 2012

Dit is de twaalfde column van Lotte’s blikvanger.
Een wekelijkse recensie over een werk dat mijn blik ving.

Marijn van Kreij is een kunstenaar die ik al een paar jaar volg. Zeg maar gerust stalk, nou ja, zijn werk dan.
 Ik kan me herinneren dat ik samen met een paar studiegenootjes ooit het halve land ben doorgekruist om een tentoonstelling van hem te zien. Zijn website heb ik uitgepluisd, binnenste buiten gekeerd, onder elke letter gekeken of er nog een spannend detail te vinden was.
Een zeker hoogte punt was zijn solo expositie in Haarlem in De Hallen eind 2011, How to look Out.  
De drempel om een galerie te betreden vind ik kilometers hoog en ik heb altijd het gevoel dat ik er niet welkom ben. De opening is weer een verhaal apart. Ik ontwijk ze. Ik mijdt ze.
 Ondanks alle 100 duizend excuses die ik mezelf heb gemaakt om niet te gaan is er maar 1 argument nodig om me over de streep te trekken en dat is dat Marijn van Kreij  er waarschijnlijk zal zijn.
 In levende lijve. Dat kan ik niet missen.
Als een puber op zijn eerste schooldag stap ik de hal van de galerie Paul Andriesse  binnen, super sjiek ziet het eruit. Ik aarzel, draai me half om draai weer terug en denk; Verdomme als ik al niet eens naar binnen durf,  wie dan wel?
Ik open de melkglazendeur en stap naar binnen met het gevoel: 
verkeerde-klas-rood-hoofd-shit-dat-waren-4jaars-niet-de-1ejaars.
 Niks van dit alles blijkt zo te zijn. De galerie is nog vrijwel leeg. Alleen een nerveuze lange jongen drentelt rond. Is dat hem? denk ik teleurgesteld.
Er ligt een stapel brieven bij de ingang.

Beste bezoeker, (ik dus!!)
Tijdens het maken en selecteren van deze tekeningen en collages moet ik mijzelf vaak de vraag stellen: wanneer is het ‘werk’ af? (die vraag ken ik)
 Ik wil u uitnodigen die vraag ook aan u zelf te stellen bij het bekijken van de tentoonstelling. Niet in letterlijke zin, aangezien ik die keuze al voor u gemaakt heb, maar als voorstel tot een andere, meer open en betrokken manier van kijken.

Marijn van Kreij.

Even later ben ik er achter wie Marijn is. Een tengere jongen, met mooie mond en tanden, een blauw overhemd en een vaal zwarte skinny jeans en styliste schoenen. Hij praat geduldig met de mensen en is uitermate open over zijn werk.
Het werk zelf is best heftig conceptueel en als je zijn eerdere werk niet kent of weinig van kunst afweet, best lastig te plaatsen. Riffs and variations.
Het draait altijd om associaties en kopiëren.
Hij probeert met zijn brief mij, de toeschouwer, te betrekken in het werk, maar dat is erg lastig als de meeste werken hermetisch in lijsten zijn opgesloten en al het experiment verdwenen is in de context van de (commerciële?) galerie.
Ik wandel een tijdje rond.
De werken zijn een totaal installatie, maar er is zeker een werk wat eruit springt voor mij. 
Untitled (Tags: manet, a bar at the Folies –Bergele, 1882)
2012
 gouache on paper
97x70 cm.

De titel is zeer belangrijk en bewijst meteen de vraag: Wanneer is het ‘werk’ af?
 Deze titel opent namelijk een hele nieuwe wereld (context) van het werk. Als referentie naar andere kunstwerken uit de geschiedenis, maar ook naar de context van de beeld-reproductie die op internet te vinden is, als een vorm van directe inspiratie bron. Terug naar het werk wat op zichzelf weer een origineel werk zou kunnen zijn, maar dit terzijde.

Het is een afbeelding van voeten op een trapeze, zo vluchtig en bewegelijk neergezet in vlakken dat het bijna abstract wordt. ¼ Van het beeld rechtsonder is de herhaling van de afbeelding en dan weer ¼ rechtsonder is de herhaling het zo genoemde droste effect.
 Ik word er hebberig van. Dit werk is lastig los te laten en het liefst gaat het nu met me mee naar huis. In dat opzicht ben ik letterlijk betrokken.
 Al zijn werk gaat over herhalingen, over handmatigheid, over originaliteit, over variatie en het mooie is dat ik opeens een kopie van Marijn zelf zie. Ja weliswaar met iets langer haar (kleine blonde krulletjes).
 Een man spreek hem aan, hij zegt: ‘Nee ik ben Marijn niet, ik ben zijn broer.’ 
En ik hou me in om hem niet terplekke te omhelzen.

-Lotte van Geijn   

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen